March 05, 2006
"What do you do in the bath?",
sings the UK-band Lemon Jelly.
I read in the bath. Today it was poetry of Seamus Heaney, his book Seeing Things.
As I turn pages looking for something to see - a word, a shape, a title - my eye catches the title "Markings" and there it is. Right there in the second paragraph I see my absent husband.
You also loved lines pegged out in the garden
the spade nicking the first straight edge along
The tight white string. Or string stretched perfectly
to mark the outline of a house foundation,
Pale timber battens set at right angles
For every corner, each freshly sawn new board
Spick and span in the oddly passive grass.
Or the imaginary line straight down
A field of grazing, to be ploughed open
From the rod stuck in one headrig to the rod
Stuck in the other.
January 31, 2004
Kerstcadeau finallemente!
Vanmiddag van JT mijn sint-kerstcadeau gekregen: "de dikke Komrij", oftwel: "Nederlandse poëzie van de 19e t/m de 20e eeuw in 2000 en enige gedichten". Zo heeft de Kannibaal van Duitsland zich moeten voelen: ik zou ze het liefst opvreten deze prachtig gebonden exemplaren met voldoende leesvoer voor een jaar. of meer.
Met wat heidens bijgeloof besluit ik de beide delen zomaar ergens open te slaan en speciale betekenis te hechten aan het toeval. Deel 1. viel open bij een gedicht van de mij onbekende Gaston Burssens (1896-1965) blz 862:
Schommel
zat van liefde zit ze naakt
zit de lieverd in de leunstoel
zat
zat de lieverd in de leunstoel
zat van liefde
zat ze naakt
En meteen denk ik aan de entry van gisteren op Joukes' weblog waar hij een ode schreef aan het eerste massamediale Nederlands naakt "Phil Bloom" bij de VPRO.
Deel twee viel open op "Toerisme" van Jotie 't Hooft (1956-1977) blz.1870"
Toerisme
We zagen de spraakwatervallen van Speed,
hangende tuinen, verre sterrebeelden
die toch nabijer dan verre medereizigers waren.In een bus vol naasten bezochten we
en werden bezocht door nachtmerries
visioenen van heiligen en engelen
zongen ons doof en we ontwaakten
in hotel Harmonie.Twee spiegels, tegenover elkaar geplaatst
boden ons een oneidig perspectief.
En toch, dacht ik, er moet méér zijn.
November 13, 2003
Mais [Anneke Brassinga]
Is dit een plant? Hij schiet
uit de grond stil als hij staat
verkapte moordenaar. Ploegscharen
zwaarden in zijn koker van groen.
Ritselt in windstilte, onrust–
zaaier, smeedt plannen, wacht
de dag des oordeels. Ik zie het
sidderend, sidderend aan:
het leger naakt. In scharen
blinkend tot de einder.
1989 schreef Anneke Brassinga dit beeldschoon gedicht.
Ik heb een oud bundeltje van haar ("Landgoed", Bezige Bij) tweedehands gevonden. De vorige bezitter heeft ijverig potloodonderstrepingen aangebracht. Een half uur naar een gum gezocht. Ik heb geen gum.
Soms geeft me het kopen van een tweedehandsboek een heroïsch gevoel, ik denk dat boekje dan van de ondergang gered te hebben. Zo ook met "Landgoed".
Brassinga's nieuwere werk is knapper dan dit oudje maar mijn hart vliegt er niet van uit de bocht zoals met haar oudere werk, het is misschien wel te knap.
"Landgoed" heeft rafels in zijn gedichten. De eindzin "tot de einder", is versleten, pompeus ook wel, en "de dag des oordeels" is ook niet zo fijn. De dag des oordeels staat er met sullige vanzelfsprekendheid, zonder ironie of hint naar het archaische of religieuze van de uitdrukking. Nee, dat is niet zo geslaagd. Maar wat een prachtig gedicht ondanks zulke uitglijders, of misschien juist dankzij? Hoe maaien en groeien tegelijk plaatsvinden, met dezelfde agressiviteit en noodzaak. Er zit zoveel muziek in Brassinga's poezie, en ik huppel graag haar muziek achterna.
–––Interview met A. Brassinga in NRC Handelsblad, 14 juni 2002
–––dichterbijdebezigebij.nl [waar je haar kunt zien en horen]
